top of page

Soms is het leven niet om te lachen

Het telefoontje

Dinsdag 11 juli 2023 zullen we niet licht vergeten. Alles in ons leven liep op rolletjes. Tot op dat moment. Hoe gezegend ben je, wanneer je de vraag 'Hoe gaat het?' kunt beantwoorden met 'Gewoon, z'n gangetje' ? Dat besefte ik op het moment waarop we dat telefoontje kregen. Dat telefoontje waar niemand op zit te wachten. Zelfs degene die belt had dat belletje liever niet gedaan. Vanaf dat telefoontje zal niets meer helemaal hetzelfde zijn. Het zijn de momenten die je nooit meer vergeet. Keerpunten in je leven die in je geheugen gegrift staan. Waar je was. Wat je deed. Wat je aan had. Onbelangrijke details.


Op weg naar de moestuin

Wij zaten in de auto toen Jacco’s telefoon ging. We waren net van huis gereden. En we waren op weg naar onze moestuin. De bak met groente-, fruit- en tuinafval stond op de achterbank. Die was propvol, en het was eigenlijk de belangrijkste reden waarom we naar onze moestuin gingen. Om die te legen. De sleutel van ons tuinhuisje hadden we mee. Wat bakjes om eventueel de frambozen, bessen en wilde aardbeien mee in terug te nemen.


Er is iets helemaal mis

We waren ter hoogte van het Burchtplein toen de telefoon overging. Jacco nam op. Aan de manier waarop hij reageerde merkte ik meteen dat er iets helemaal mis was. Ik voelde hoe iets in mijn borst zich samentrok. In de bocht van de Johanna van Brabantlaan, bij de ondergrondse vuilcontainer, riep Jacco met geagiteerde stem tegen me uit: “Stop even, ik kan niets verstaan!” gevolgd door een gemompeld: “Nee, niet jij. Els.” Kennelijk dacht degene aan de andere kant van de lijn dat hij het dáár tegen had gezegd. Ik stopte de auto aan de kant, net voor de geparkeerde auto’s naast de vuilcontainer. Als er iemand weg moest, kon ik altijd nog verplaatsen, zo dacht ik bij mezelf. Ik spitste mijn oren en gespannen luisterde ik mee. Hopend al iets mee te krijgen wat de persoon aan de andere kant van de lijn aan het zeggen was. Uit Jacco’s korte antwoorden kon ik weinig opmaken. “Oké.” “Waar?”


Een ongeluk

Naar wat een eeuwigheid leek hing hij op. Ik keek hem gespannen aan. “Wie was het?” vroeg ik. “Het was Maartje. Rick heeft een motorongeluk gehad. Hij is dood.” “Waar is Janneke? Weet zij het al?” vroeg ik. “Janneke is daar. Maartje is er ook.” “Dan rijden we meteen door.” zei ik.


Een abrupt einde

Met Maartje is Jacco eerder getrouwd geweest. Samen kregen ze twee kinderen. Janneke is de oudste. Janneke heeft vijf jaar geleden een relatie met Rick gekregen, en ze waren toentertijd al heel snel samen gaan wonen in Tilburg. Vorig jaar hadden ze een huis in Kaatsheuvel gekocht en helemaal opgeknapt. Ze hadden het allemaal lekker op de rit samen. En nu had deze motorrit daar abrupt een einde aan gemaakt.


Ervaringsdeskundig

Maartje had haar locatie doorgestuurd aan Jacco. Ergens onder Tilburg was het, in Moergestel. Een goed half uur rijden. Ik keek even naar beneden. Tjemig! Mijn groene ginny-broek en zwarte yogatop. Ze zullen wel denken. Maar who cares? Het noodlot kent geen kledingvoorschriften. Daarbij zou je me een ervaringsdeskundige kunnen noemen. Mijn jongste zus overkwam hetzelfde lot. Hoewel, niet met de motor. Maar ook zij was op slag dood bij een auto-ongeval. Ik was in Indonesië toen het gebeurde. Jog Jakarta om precies te zijn. Ik weet het nog zo goed toen het nieuws me bereikte. De schok. Het ongeloof. De verbijstering. Onmacht. Woede. Razernij zelfs. Welke idioot durfde te beweren dat ze dood was? Verongelukt, oké. Maar dood? Dat kon toch niet waar zijn? En toch.. het was wél waar. Eenentwintig jaar was ze. Ik wist dus wat het was om zoiets mee te maken. Als ‘zus van’ dan.


Snel er naartoe

Rick was net zevenentwintig geworden. Ook veel te jong. En voor Janneke als ‘vriendin van’ en ‘samenwonend met’ voelde het voor mij wel weer als een heel ander verhaal. We moesten zo snel mogelijk naar haar toe. Misschien konden we iets voor haar betekenen. Iets voor haar doen. Wat dan ook. Al was het maar gewoon er voor haar te zijn in haar donkerste uur.


Laat het een vergissing zijn

De hele weg hielden we onze adem in. Figuurlijk dan. Bang voor wat we zouden aantreffen. Ik bleef - tegen beter weten in - hopen dat er een vergissing in het spel zou zijn. Niet Rick. Niet dood. Af en toe doorbrak een diepe zucht de stilte. Van alles schoot er door onze hoofden terwijl we reden. Eén keer vroeg Jacco zich hardop af: “Ze zal daar toch wel kunnen blijven wonen?” vervolgd door een zelf-berispend: “Dat mag ik natuurlijk niet zeggen.” We passeerden in stilte het Eftelinghotel. Af en toe gaf Jacco een korte aanwijzing. “Hier er af.” “Einde links.” Richting Beekse Bergen.” “Deze afslag.” “Afslag nummer zeventien.”


Vier op een rij

We kwamen bij een rotonde waar een verkeersregelaar stond, die het verkeer naar de plaats des onheils tegenhield. Ik draaide mijn raam open. “Wij zijn de schoonouders van de verongelukte.” zei ik tegen hem. “Oh… sterkte!” sprak de man meelevend terwijl hij met zijn rechterarm een 'rij-maar-door' gebaar maakte. Het zou weinig zin hebben gehad om die man helemaal uit te leggen over hoe de verhoudingen precies lagen, bedacht ik me, terwijl ik verder reed. Dat degene naast mij de schoonvader van Rick was, en ik de stiefschoonmoeder. Als dat überhaupt een woord was, vroeg ik me af. Of moet het dan schoonstiefmoeder zijn? Zou de man zich inmiddels niet achter de oren beginnen te krabben met ons als vierde ouderpaar? Want ook de ouders van Rick waren gescheiden en hadden opnieuw iemand ontmoet, wist ik. Zouden ze er al zijn? Allemaal van dat soort niet-echt-ter-zake-doende gedachtes schoten door mijn hoofd terwijl we de rotonde naderden waar Rick het ongeluk had gehad.


De rotonde

“Stop hier maar.” zei Jacco. Zo’n honderd meter voor de rotonde parkeerde ik de auto. Te voet gingen we verder. De rotonde was afgezet met rood/wit plastic lint. Er stond een ziekenwagen. En een politiewagen. En nog een blauw(?) busje waarvan ik achteraf denk dat het een onderzoek busje was. Veel mensen. Het was alsof we in een slechte film waren beland. Terwijl we dichterbij naderden kregen we Janneke in het vizier. En zij ons. Vanaf waar wij stonden met de auto de eerste afslag rechts van de rotonde. Ze liep links om het blauwe busje heen recht op Jacco af. Op de voet gevolgd door haar moeder Maartje. Janneke’s gezicht toonde de shock, waarin ze verkeerde. Jacco en Janneke sloegen hun armen om elkaar heen. Ik sloeg mijn armen om hen samen heen. Maartje sloeg haar armen om ons heen. En zo stonden we een poosje. In tranen. Verbijsterd. Er was geen twijfel meer mogelijk. Dit was echt.


Bij de lantaarnpaal

Toen we loslieten, leidde Janneke ons naar het lichaam van Rick. Hij lag in het gras van de berm, naast een lantaarnpaal. Terwijl we er naartoe liepen, stormde iemand - die ik later herkende als één van de twee broers van Rick - weg. “Ik schop al die klote-motoren in elkaar!” brulde hij. Het lichaam van Rick was bedekt met een wit zeil. Eén hand, zijn linker, stak er bleek en levenloos onderuit.


Poef

Hier had ik me eigenlijk niet op voorbereid. Het maakte het voor mij eens te meer zo zichtbaar: zo ben je er. En zo ben je er niet meer. Net reed jij hier nog. En nu lig je daar. Levenloos. Van het ene op het andere moment. Poef.


De moeder van…

De moeder van Rick hield huilend zijn hoofd in haar handen, en prevelde onophoudelijk liefdevolle dingen naar hem. Oh God. Aan haar had ik nog niet eens gedacht. De ‘moeder van’. Voor haar is het ’t allerergste, schoot het door me heen. Hoe had dit in Godsnaam kunnen gebeuren? Geen idee hoe lang we daar gestaan hebben. Het leek een fractie van een seconde en een eeuwigheid tegelijk.


Pure pech


Op gegeven moment werden we aangesproken door iemand van de politie. We kregen elk een hand. De man stelde zich voor. We reageerden op de automatische piloot. Noemden onze namen. Duidden onze relatie met Rick. Hij legde iets uit over hoe het allemaal vermoedelijk heeft kunnen gebeuren. Rick had in een onbewaakt moment de stoeprand geraakt. De macht over de motor verloren. Met de pech dat er net op die plek een lantaarnpaal in de weg stond. Ondanks de lage snelheid waarmee hij gereden zou hebben, zo’n 30 km per uur, waren zijn ribben niet bestand tegen de klap waarmee de linkerkant van zijn borstkas de lantaarnpaal raakte. De traumahelikopter was er nog bij geweest. Er waren zelfs chirurgische ingrepen verricht. Maar het mocht niet meer baten. Door de inwendige verwondingen en bloedingen, die hij had opgelopen, was er geen redden meer aan. Bij deze rotonde, deze stoep, deze lantaarnpaal, was het leven van Rick in één klap tot een einde gekomen.


Drie mederijders

We werden verzocht wat afstand te nemen en naar achter het lint te verplaatsen. Eigenlijk adviseerde de man ons zelfs om naar huis te gaan, en daar verder af te wachten. We konden daar ter plaatse immers toch niets doen. Maar daar was niemand van ons nog aan toe. Meer mensen arriveerden. De drie motorrijders, waar Rick mee was gaan toeren die avond, keken verdwaasd voor zich uit. Zij waren niet alleen ‘vrienden van’ maar ook ‘getuige van’. We omhelsden iedereen die we kenden. Nauwelijks wetende wat te zeggen tegen elkaar, mompelden we zachtjes dingen als “verschrikkelijk”, “wat een nachtmerrie” en “ongelofelijk”.


Verdoofd


Nauwlettend hield ik Janneke in de gaten. Ze was nog zo jong! Vijfentwintig. Een jaar jonger dan ik, toen ik mijn zusje verloor. Janneke leek zich inmiddels teruggetrokken te hebben in haar eigen wereld. Ze had zich gepantserd tegen de harde werkelijkheid. Verdoofd door de impact van het alles ontwrichtende gegeven dat Rick er niet meer was. Dat was het enige dat ze zei toen ze Jacco voor het eerst omhelsde bij aankomst, herinner ik me nu. “Hij is er niet meer.”


Intensieve tijd

Wat volgde was een intensieve week van samenzijn, waarin alle voorbereidingen voor een passend afscheid van Rick tot in detail afgestemd en geregeld werden. Regelmatig werd ook aan mij gevraagd 'of het wel ging'. Met het oog op mijn eigen ervaring met het verongelukken van mijn jongste zus in Duitsland, 31 oktober 1996.


Dankbaar

Ik merkte aan mezelf dat ik vergelijkingen maakte. Het was bijvoorbeeld erg indrukwekkend voor mij om op de plaats des onheils te zijn, waar Rick verongelukte. Achteraf ben ik dankbaar, dat dát beeld me bespaard is gebleven bij het ongeluk van mijn zus. We konden toen niet ter plaatse zijn omdat het in Duitsland gebeurde. En ook omdat ik precies op dat moment in Indonesië was natuurlijk. Ik herinner me nog wel hoe onrustig we waren totdat het lichaam van Gerdien - zo heette ze - eindelijk thuis gebracht werd. Toen kwam er, hoe gek misschien dat ook moge klinken, rust.


Zware buien met af en toe zon

Soms is het leven niet om te lachen. Het voelde echt loodzwaar in de dagen na het verongelukken van Rick. Toch konden we af en toe een glimlach niet onderdrukken. Bij herinneringen die we samen ophaalden aan malle fratsen van hem. Of wanneer zijn Ierse Setter iets komisch deed. Of het moment dat ik het van schrik uitgilde, doordat ik een keukenla opentrok en plastic doosjes met levende sprinkhanen ontdekte. Die dienden als voer voor één van hun andere geliefde huisdieren: Kast de hagedis. (voor de kenners onder ons: het is een baard agaam)


Dag en nacht

Mensen denken dat ik als lachcoach altijd lach en vrolijk ben. Niets is minder waar. Ik besef maar al te goed dat het leven ons zoveel meer ervaringen biedt dan de lach. Zoals we door de seizoenen heengaan. Door dag en nacht. Zo gaan we ook door ervaringen heen van vrolijkheid en verdriet. Wat mij betreft sluit het één het ander niet uit.


Dit deed ertoe

Een uitspraak van Nightbirde, een - inmiddels aan kanker overleden - zangeres, is me altijd bijgebleven. Sadness is the soul’s way of saying: this mattered. These are ways to honour what we’ve lost. [vertaling: Verdriet is de manier van de ziel om te zeggen: dit deed ertoe. Het is een manier om te eren wat we verloren hebben.] Zie hier haar instagrampost: https://www.instagram.com/p/CaSTsXcFQ8C/?utm_source=ig_web_copy_link&igshid=MzRlODBiNWFlZA==

Deze uitspraak transformeerde voor mij verdriet tot een blijk van eerbetoon. En dus nam ik de afgelopen weken regelmatig de tijd om de gevoelens van verdriet door me heen te laten komen. Denkend aan Rick, Janneke, zijn ouders, broers en vrienden. Vroeger dacht ik altijd, dat wanneer ik me zou overgeven aan de intense gevoelens van verdriet, dat ik daar dan nooit meer uit zou kunnen komen. Niets is minder waar, heb ik inmiddels geleerd. Elke keer wanneer ik daar de ruimte aan gaf, klaarde het juist een beetje op in mij.


Ons vermogen tot lachen

En zo heb ik gisteren voor het eerst sinds het ongeluk toch ook weer een Lach Wandeling door Heusden gegeven. Niet omdat ik voorbij wil gaan aan het verdriet, het weg wil lachen of ontvluchten. Maar omdat ik heb ervaren dat - hoe ellendig ik me soms ook kan voelen - lachen me daar altijd een beetje uit optilt. Me beter doet voelen. Me helpt relativeren. Me letterlijk en figuurlijk lucht geeft. En bovendien helpt het me om de donkerste uren des levens beter aan te kunnen. Volgens mij is dit ook precies de reden waarom we het vermogen tot lachen hebben meegekregen bij onze geboorte. Vermogen vind ik een mooi woord in deze: het is synoniem aan o.a. kracht, capaciteit en rijkdom. En dit vermogen tot lachen bezitten wij allemaal.


Gedicht voor op m’n kaart

Mocht ik zelf ooit heengaan - ergens in het jaar 2089 ;-) - dan vind ik dit gedicht van Helen Lowrie Marshall wel een toepasselijke voor op m’n kaart:


I’d like the memory of me to be a happy one

I’d like to leave an afterglow of smiles when life is done

I’d like to leave an echo whispering softly down the ways

Of happy times and laughing times and bright and sunny days


[vertaling: Ik wil graag dat de herinnering aan mij een gelukkige is

Ik wil graag een na-gloed van glimlachen achterlaten als het leven gedaan is

Ik wil graag een echo achterlaten die zachtjes langs de wegen fluistert

Van gelukkige tijden en gelach en heldere en zonnige dagen]


Troostend beeld

En zou dit verlangen niet voor iedereen gelden, die ons ooit ontvallen is? Zouden zij niet alleen maar blij zijn voor ons wanneer we manieren vinden om lichter door het leven te gaan? Is dat niet precies wat ze ons wensen? Dat we bewuster zien wie en wat ons leven de moeite waard maakt(e)? Dat is waar het wegvallen van mijn dierbaren mij bewuster van heeft gemaakt in ieder geval. Vaak neem ik in mijn gedachten mijn zus en mijn vader als engeltjes op mijn schouders met me mee. Ik stel me voor hoe ze meegenieten van alles wat ik beleef. Me steunen op momenten dat ik dat nodig heb. Mee schateren tijdens De Lach Workshops die ik geef. Zo zijn ze altijd bij me. Het is een troostend beeld voor mij.


Een kaarsje

Een gevleugelde uitspraak van mijn vader, bij het overlijden van een dierbaar iemand, was: In de gewelven van mijn hart zal altijd een kaarsje voor je branden. Wel Rick, in de gewelven van mijn hart zal altijd een kaarsje branden voor jou.

In liefdevolle herinnering aan Rick en wat hij voor ‘ons’ Janneke heeft betekent.


Een brandende kaars
"In de gewelven van mijn hart zal altijd een kaars branden voor jou"


502 weergaven
bottom of page